ConFronTaal

local links

Schotschrift





Ik onverlaat de schoften van mijn paard
en baldaad zelfs het balken van mijn ezel,
want in mijn hart huist leeuw noch wezel,
- al sidder ik wel voor de kuise kwezel -
moorddadiger zijn woorden dan 't zwaard.


Schavuiten roep ik op met lanterfanten
en olifanten bouwen mijn schavot;
mijn schaduw valt bijtijds, al vóór het schot;
in 't oosten treden ossen elk gebod
en god weet in het westen weer van wanten.


Belijdenissen blatend, als de schapen
zonder herder, 't is de scheerder die ze pakt;
gezifte muggen, die men aan het venster plakt,
tot gevel, peil en pijler zijn verzakt
en dan naar huis om knollen te gaan rapen.


Ik denk geen doem en doem geen dageraden.
- te ochtend gloort dit malle tijdsgewricht -
en koop geen kost met boodschappen beladen
- te vaak al werd de wereld opgelicht -


maar open vuur met al mijn gruweldaden
op broekluis, schrijvend dit gedicht.

		

Casper C. Bosveld